MS-DOS

Toen IBM zijn IBM-PC ontwikkelde had men aanvankelijk een eigen besturingssysteem in gedachten. De BASIC-interpreter zou door de firma Microsoft van Bill Gates geleverd worden.

Toen het eigen besturingssysteem echter niet vlotte, wendde IBM zich tot Microsoft. Er werd een deal gesloten dat Microsoft een besturingssysteem zou schrijven. Bill Gates besloot er niet zelf aan te beginnen, maar ging op zoek naar een geschikt product bij andere firma's.

Het besturingssysteem dat hij vond was QDOS (een van CP/M afgeleid Quick and Dirty Operating System, vandaar die 'D'), dat Microsoft voor de som van 50.000 dollar kocht om het vervolgens zelf verder te ontwikkelen. Microsoft paste het systeem aan volgens de wensen van IBM, dat het onder de naam PC-DOS verkocht.

In het contract met IBM stond echter dat Microsoft DOS ook zelfstandig mocht verkopen aan derden. Microsoft deed dit onder de naam MS-DOS. Toen naast de IBM-PC ook PC-klonen op de markt kwamen, werd MS-DOS snel populair en begon Bill Gates langzaam maar zeker zijn fortuin op te bouwen.

MS-DOS in Windows

Windows 95, Windows 98 en Windows ME als ook de versies daarvoor maken gebruik van MS-DOS om te starten, waarna de grafische schil het overneemt. MS-DOS is geen multitasking besturingssysteem, wat betekent dat er maar één programma tegelijkertijd kan werken.
Door het gebruik van virtuele processoren (in praktijk de V86-modus van de 80386-processor en hoger) is het echter mogelijk verschillende MS-DOS-programma's ieder in hun eigen virtuele computer te laten draaien. Deze methode kan echter problematisch zijn omdat veel MS-DOS-programma's direct de hardware willen besturen.
Een geavanceerd besturingssysteem kan dit toelaten, maar dan ten koste van de stabiliteit (het verkeerd instellen van de hardware kan de computer doen crashen), ofwel de hardware virtualiseren, waarbij het besturingssysteem in de gaten houdt wat het MS-DOS-programma met de hardware doet.

De besturingssystemen Windows 3.x en 9x staan directe communicatie met de hardware toe, tenzij een driver deze virtualiseert. De Windows NT-besturingssystemen staan dit niet toe; er moet altijd een driver zijn die de hardware toegankelijk maakt voor een MS-DOS-programma. De Windows NT-besturingssystemen kunnen echter geen invloed uitoefenen hoe secuur drivers van derden in de gaten houden of de hardware correct aangesproken wordt. OS/2 hanteert dezelfde filosofie als Windows NT, echter de gebruiker kan voor individuele programma's instellen dat zij wel rechtstreeks de hardware mogen aansturen.

bootscreen msdos dos

Bert Zelak 16 oktober 2007